Eén piepjong kerkuiltje voor uilenkoppel in watermolenhuisje in Mol
Op woensdag 6 juni registreerde de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen één piepjong kerkuiltje in de uilenkast in het watermolenhuisje in Mol. Bij het registreren werd het beestje samen met zijn moeder gewogen, gemeten en geringd. Daarna mochten de uilen veilig terug in de uilenbak. Het gemeentebestuur is enorm fier met deze aanwinst. Een pluim op de hoed voor allen die zich in Mol inzetten om de uilenpopulatie op peil te brengen en in stand te houden.
Sinds oktober 2011 biedt het watermolenhuisje langs de Nete in het Centrum nestgelegenheid voor kerkuilen. In februari van dit jaar stelde Swa Heylen van Kerkuilwerkgroep Vlaanderen voor het eerst een bewoner vast in de uilenbak. Extra bedrijvigheid in de kerkuilenbak wees op jong leven. Gemiddeld broedt een uilenkoppel vijf eieren uit. Bij ons werd het er één.
De Kerkuil
De Kerkuil (Tyto alba) is ongeveer 34 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm. De bovenzijde heeft een goudbruine tot leigrijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit. Hij is zeer goed herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht (de sluier), met de donkere ogen pal naar voor gericht.
Tijdens de nachtelijke vluchten is de Kerkuil over het algemeen zwijgzaam, soms laat hij een rauwe kreet horen. Rond de broedplaats maakt hij blazende en sissende geluiden. De Kerkuil voedt zich voornamelijk met kleine prooien zoals spitsmuizen, bosmuizen en woelmuizen. Maar soms kan men ook vogels op het menu terugvinden. Meestal gaat het dan om huismussen en spreeuwen.




Uw reactie wordt online geplaatst na goedkeuring van de redactie.